
π is de constante bij omtrek en diameter van de cirkel. Dus omtrek/∅ = π
De waarde het getal π dus is een benadering die niet exact is.
Het
gevolg van een foute toegepaste methode, specifiek Pythagoras a²+b²=c²
deze is perfect, maar niet toe te passen in een cirkel, zie resultaat
benadering.
De anomalie zie de onmogelijkheid om de booglengte te meten en of te bepalen.

1rad = 60° hoek A + hoek B + hoek C = 180° = 3 rad!=π
En maar vals spelen. je ziet duidelijk dat π 3,14... te groot is.
Omdat
je 3.125 meet. Ze verklaren dan ook zonder schroom dat je geen cirkel
kan tekenen met de juiste omtrek, algebraïsch dan. 25/8 = π

π=3,125
Gegeven: diameter 1 /2= r straal 0,5
0,5.2,5=1,25 | 1,25.2,5=3,125 | 25/8 omtrek exact wat er gemeten is. Kwadratuur. is bewijs
r.2,5² = omtrek. r/2.omtrek=oppervlakte
cirkel constructie.
